Categorieën
Senioren Slapen

Diepe slaap en het geheugen van ouderen

Veel mensen op leeftijd merken dat hun geheugen minder goed werkt en dat ze slechter slapen dan in hun jonge jaren. Maar waardoor komt dat?
Uit een op 27 januari 2013 gepubliceerd onderzoek in het gezaghebbende blad Nature Neuroscience blijkt dat er een nauwe relatie bestaat tussen het ouder wordende brein, slaap en geheugen.

Relatie tussen nachtrust en het geheugen

wakker zijn terwijl de rest slaapt
’s Nachts wakker liggen heeft gevolgen voor het functioneren overdag

Het is al enige tijd duidelijk dat er een relatie bestaat tussen slaapstoornissen en de werking van het geheugen in het algemeen.

Uit recent onderzoek zijn belangwekkende feiten over de aard van die relatie naar voren gekomen. Het lijkt erop dat als de slaap kan worden verbeterd, het geheugen daar baat bij heeft.

Oorzaken van een verminderde slaapkwaliteit bij ouderen

Slaapproblemen bij senioren lijken samen te hangen met een cognitieve achteruitgang die met de leeftijd samenhangt.

In het ouder wordende brein treden namelijk veranderingen op die zorgen voor een slechtere kwaliteit van de diepe slaap. En dit zorgt er weer voor dat het moeilijker wordt om herinneringen op te slaan. Maar evenals bij andere volwassenen kunnen ook andere factoren voor een slechte nachtrust zorgen. Ook als oudere kun je baat hebben bij de beproefde tips voor een betere nachtrust.

Hoop op een gunstige werking van een betere slaap op het geheugen

Onderzoekers van de gezaghebbende universiteit Berkeley (in Californië) wilden weten of het mogelijk was om de achteruitgang van het geheugen van oudere mensen tegen te gaan door de kwaliteit van hun slaap te verbeteren.

Eerder was het nog niet duidelijk of veranderingen in de hersenen, slaap en geheugen bij ouderen los van elkaar stonden of nauw met elkaar verband hielden. Nu lijkt het er, kort samengevat, op dat veranderingen in ouder wordende hersens leiden tot een verslechtering van de slaap en daarmee tot een verslechtering van het geheugen.

De onderzoekers hopen dat een effectieve aanpak van slecht slapen bij senioren de achteruitgang van het geheugen en van het leervermogen kan doen vertragen.

De hoeveelheid diepe slaap en het geheugen

Aan de hand van de toestand van een bepaald gedeelte van de hersenen, te weten de mediale prefontale cortex, kon het onderzoeksteam voorspellen hoeveel diepe slaap of ‘slowwavesleep’ iemand zou hebben.

De mediale prefontale cortex is het gedeelte van de hersens dat van groot belang is voor het in een diepe slaap vallen. In de loop der jaren gaat dit deel van het brein echter slechter functioneren. Dat kan een probleem vormen, omdat een diepe slaap van vitaal belang is voor het opslaan van nieuwe herinneringen.

Op basis van de gemeten hoeveelheid diepe slaap van proefpersonen konden de onderzoekers voorspellen hoe goed deze bij geheugentesten zouden presteren.

De onderzoekers hebben ontdekt dat het mogelijk is om ’s nachts bij jonge volwassen proefpersonen de kwaliteit van de diepe slaap te verbeteren door het juiste gedeelte van de hersenen met behulp van elektriciteit te stimuleren. Dit leidde tot een aantoonbare verbetering van de geheugenfunctie van deze jonge volwassenen. De onderzoekers willen in een volgend project uitzoeken of deze aanpak ook bij oudere mensen zou werken.

Slaap en dementie

Mensen met dementie lijden in veel ernstiger mate aan slapeloosheid en geheugen verlies dan het geval is bij andere ouderen. Volgens diverse onderzoeken kunnen slaapproblemen bij ouderen een voorbode van bijvoorbeeld Alzheimer zijn, maar het blijft nog duidelijk of slecht slapen een oorzaak of een gevolg van dementeren is.

De gevolgen op lange termijn van slaapgebrek op het geheugen

Het bovengenoemde onderzoek strekte zich slechts over een korte periode uit. Een van de nog onopgehelderde vragen is wat de gevolgen op lange termijn zijn van een gebrek aan diepe slaap voor de werking van het geheugen.

In elk geval is nu reeds duidelijk dat het genieten van een goede hoeveelheid diepe slaap gunstig is voor het geheugen en het leervermogen.

Meer informatie over beter slapen

Dit artikel maakt deel uit van het dossier slapen en slapeloosheid. Daarin vindt u onder meer het artikel over beter slapen dankzij een eenvoudige methode of het artikel Tips voor als je slecht slaapt.

Geraadpleegde bronnen

Categorieën
Senioren Slapen

Beter slapen dankzij de BBTI-methode

Naar schatting lijden zo’n vijftien tot vijfendertig procent van de ouderen aan chronische slapeloosheid.  Een ernstig slaapgebrek kan leiden tot uiteenlopende lichamelijke en geestelijke gezondheidsklachten. Uit onderzoek onder senioren is naar voren gekomen dat de  BBTI-methode van slechts twee sessies effectief helpt tegen slecht slapen. Waaruit  bestaat deze methode en waarop is zij gebaseerd? Hoe kan de slaapefficiëntie bij oudere mensen worden verbeterd? Welke tips voor een betere nachtrust werken echt?

Wat is insomnie of slapeloosheid?

Nog even (of wat langer) wakker liggen voordat de slaap invalt.
Niet alleen kinderen, maar ook ouderen kunnen vaak niet direct de slaap vatten

Insomnie of slapeloosheid omvat de volgende aspecten:

  • Problemen om in slaap te vallen en/of in slaap te blijven
  • Slaap waaruit je niet uitgerust wakker wordt
  • Overdag last hebben van symptomen als zware vermoeidheid, concentratie- en stemmingsstoornissen.

Slapeloosheid leidt tot een verminderde kwaliteit van leven, een zwaarder beroep op de gezondheidszorg, arbeidsongeschiktheid, risico op psychiatrische stoornissen en hart- en vaatziekten.

Percentages volwassenen met insomnie

Zo’n 5 tot 20 procent van de volwassenen lijdt aan slapeloosheid. In verzorgingshuizen en andere medische instellingen lopen deze percentages op tot ongeveer 20 tot 30 procent.

Onder ouderen liggen deze percentages naar schatting tussen de 15 en 35 procent.

De nadelen van het gebruik van slaapmiddelen door ouderen

Aan senioren wordt, meer dan aan andere volwassenen, vaak en voor langere perioden slaapmiddelen voorgeschreven.

Dit hoewel oudere mensen meer last hebben van de bijwerkingen van een slaapmiddel dan de gemiddelde volwassene.

Bovendien treden afhankelijkheid of misbruik van het middel en cognitieve achteruitgang vaker op.

Ook is bij ouderen die slecht slapen de kans op vallen en gebroken heupen groter.

De effectiviteit van cognitieve gedragstherapie tegen chronisch slecht slapen

Gebleken is dat als het gaat om slapeloosheid een behandeling met cognitieve gedragstherapie zowel op korte als op lange termijn ongeveer even effectief is als een behandeling met medicijnen, terwijl bij gedragstherapie er niet of nauwelijks sprake is van meetbare bijwerkingen.

Waaruit bestaat gedragstherapie tegen slapeloosheid?

Gedragstherapeutische en psychologische technieken omvatten onder meer:

  • Voorlichting over slaap
  • Beperking van de in bed doorgebrachte tijd
  • Stimuluscontrole (het versterken van de associaties tussen bed en slaap)
  • Het aanpakken van de ongerust makende overtuigingen over nachtrust.

Patiënten geven vaak de voorkeur aan gedragstherapie tegen slecht slapen dan aan slaapmiddelen.

De gebruikelijke slaapgedragstherapie omvat zes tot acht individuele behandelingen van een psychotherapeut.

Maar de hieronder behandelde BBTI-methode omvat slechts twee therapeutische sessies, te geven door een gespecialiseerd verpleegkundige (nurse-practitioner).

De BBTI-methode tegen chronische slapeloosheid

Onderzoekers van de universiteit van Pittsburg hebben een korte, maar effectieve methode ontwikkeld om beter te slapen.

Het gaat om de ‘BBTI-methode’. Deze staat voor ‘brief behavioral treatment for insomnia’, dus kortdurende gedragstherapie tegen slapeloosheid. Dit is een behandeling waaraan geen medicijnen of artsen aan te pas komt.

Deze methode bestaat voornamelijk uit twee consulten van de senior die lijdt aan slaapproblemen met een gespecialiseerd verpleegkundige (nurse-practitioner).

Het eerste consult duurt zo’n drie kwartier tot een uur. Het tweede consult vindt veertien dagen later plaats en duurt ongeveer een half uur.

Verder volgen er dan nog twee telefonische nazorggesprekken van elk twintig minuten respectievelijk een week en drie weken later.

Onderzoek naar de effectiviteit van de BBTI-methode tegen slecht slapen

Een onderzoeksteam onder leiding van Daniel Buysse, hoogleraar psychiatrie en slaapspecialist heeft onderzoek verricht naar de doeltreffendheid van de BBTI-methode en daarover in 2011 gerapporteerd in JAMA International Medicine.

Uit dit onderzoek van de universiteit van Pittsburg onder 79 ouderen (van gemiddeld bijna 72 jaar) met chronische slaapproblemen, komen zeer bemoedigende resultaten naar voren. Deze onderzoeksresultaten zijn begin 2011 gepubliceerd in The Archives of Internal Medicine in het artikel Efficacy of Brief Behavioral Treatment for Chronic Insomnia in Older Adults.

Gebleken is dat tweederde van de via deze BBTI-methode behandelde ouderen een meetbare verbetering van hun slaapkwaliteit en gezondheid rapporteerden, terwijl bij slechts een kwart van de ouderen in de controlegroep naar hun zeggen verbetering optrad.

De controlegroep, aangeduid met IC-groep (InformationControl-groep) kreeg van de gespecialiseerd verpleegkundige gedrukte informatie over chronische slapeloosheid.

De resultaten werden gemeten aan de hand van door de proefpersonen ingevulde vragenlijsten en dagboekjes.

Waaruit bestaat de BBTI-methode tegen slapeloosheid?

In de BBTI-methode wordt niet zozeer de nadruk gelegd op de cognitieve aspecten van insomnie, maar op de gedragsmatige elementen. De methode wordt niet aangeleerd door een psychotherapeut, maar door een nurse-practioner.

De rol van deze nurse-practioner is vooral om elke deelnemer uit te leggen wat deze korte therapie om beter te slapen inhoudt en waarop deze is gebaseerd. Zo wordt er voorlichting gegeven over het verschijnsel slaap bij mensen. Dit gebeurt aan de hand van diagrammen en voorbeelden.

Ook krijgt elk van de deelnemers van deze verpleegkundige uitleg over het gebruik van het werkboek en dagboekje dat bij deze methode hoort.

De verpleegkundige legt ook uit dat mensen bij het volgen van deze methode de eerste paar weken extra moe en slaperig kunnen zijn, maar dat ze daarna vrij snel in een diepere slaap kunnen vallen waaruit ze beter uitgerust wakker worden.

Vier tips om beter te slapen

De kern van de BBTI-methode bestaat in wezen vooral uit de volgende  vier interventies.

  • Beperk de hoeveelheid tijd die je in bed doorbrengt.
  • Sta dagelijks op dezelfde tijd op, ongeacht de duur van de slaap van de afgelopen nacht.
  • Ga pas naar bed, als je slaperig bent.
  • Stap je bed uit als je niet slaapt.

 

Het doen van dutjes overdag wordt afgeraden.

Deze inzichten zijn ontleend aan de wetenschappelijke inzichten op slaapgebied die al meer dan dertig jaar ingang hebben gevonden.

Het doel van de methode is te komen tot een routine waarbij de slaapefficiëntie verbetert. Het gaat erom dat je in de tijd die je in bed doorbrengt zoveel mogelijk slaapt.  Dit in plaats van dat je alsmaar ligt te woelen en wacht totdat je uiteindelijk in slaap glijdt.

Veel ouderen zijn geneigd om lange tijd, wel 10 tot 12 uur in bed door te brengen in de hoop op die manier aan voldoende slaap te komen. Dat heeft een negatief effect op hun slaapritme.

Met behulp van de BBTI-methode kan met het doorbrengen van minder tijd in bed een betere nachtrust worden gerealiseerd.

De methode van informatiecontrole tegen slapeloosheid

De IC-groep (Information Control-groep) kreeg de volgende drie brochures te lezen van de American Academy of Sleep Medicine:

  • Insomnia
  • Sleep as We Grow Older
  • Sleep Hygiene.

De inhoud van deze publicaties heeft een flinke overlap met de informatie die wordt gepresenteerd in de  BBTI-methode, maar dan zonder de geïndividualiseerde aanwijzingen.

De deelnemers van de IC-groep kregen na twee weken een telefoontje van de gespecialiseerde verpleegkundige om het blijven meedoen aan het onderzoek aan te moedigen.

Voor specifieke slaapgerelateerde vragen werden deze deelnemers terugverwezen naar de brochures.

Verbetering van de nachtrust met behulp van de BBTI-methode

De resultaten van de BBTI-deelnemers bleken in een aantal opzichten significant beter dan van de IC-groep. De BBTI-deelnemers gingen later naar bed en genoten een betere kwaliteit van slaap.

Er traden verbeteringen op qua

  • SOL (sleep onset latency). Dit is de tijd die het duurt voordat je in slaap valt.
  • WASO (wake time after sleep onset). Dit is de totale tijd dat je wakker bent tussen het moment waarop je voor het eerst in slaap valt en het moment dat je voor het laatst wakker wordt.
  • SE (sleep efficiency); Deze slaapefficiëntie is het aantal minute slaap gedeeld door het aantal in bed doorgebrachte minuten.

Voor beide onderzochten groepen was er geen verandering in het tijdstip van opstaan en in de TST (total sleep time): dit is de gemiddelde feitelijke duur van je slaap

Uit een follow up van 6 maanden bleek zelfs dat meer dan de helft van de BBTI-deelnemers volgens de formele criteria niet meer aan een slaapstoornis leed.

Dossier slapen en slapeloosheid

Dit artikel maakt deel uit van het dossier slapen en slapeloosheid (in opbouw).

Bronnen